Inloggen

Terug naar de discussie

Reacties van


Voorstel 16: Oneigenlijke inzet van producten

25-09-2018 01:24

De overeenkomst biedt al handvatten om op te kunnen treden tegen oneigenlijke inzet van producten. Om de kans op discussie te verminderen kan het helpen om de bepalingen aan te scherpen. Het noemen van een voorbeeld hoort niet thuis in een overeenkomst.


Voorstel 5: Afspraken uit nieuwsmailings

25-09-2018 01:23

303-berichten
Aangezien in voorstel 6 wordt voorgesteld de factureringstermijn van 4 weken naar maand om te zetten (uitgezonderd Wmo, daar blijft de termijn 4 weken), dient dat ook in de afspraak met betrekking tot 303-berichten/facturen/declaraties te gebeuren. Hier staat nu nog een periode van 4 weken genoemd.

Daarnaast zijn beide in voorstel 5 genoemde afspraken voor een deel van het jaar conflicterend. Voor facturen ingediend in de maanden september t/m december geldt de uiterlijke termijn van 6 maanden immers niet, de uiterlijke datum is dan altijd 31 januari. Om onduidelijkheid te voorkomen is het beter om deze beide afspraken samen te voegen en te zorgen dat ze met elkaar overeenstemmen.


Nieuwe indicaties GGZ en Verlenging indicaties GGZ
In bijlage 3 “Instructie toewijzing Jeugdhulp GGZ-behandeling” stond voorheen “vraagt u bij voorkeur per beveiligde mail of telefonisch meer minuten aan.” In het voorstel is “of telefonisch” verwijderd. Door de woorden “bij voorkeur” te laten staan lijkt het alsof een aanbieder kan kiezen of hij de minuten per beveiligde of niet-beveiligde e-mail kan aanvragen. Op basis van de overeenkomst moet dit altijd per beveiligde e-mail gebeuren.

In de laatste zin op blad 1 van de bijlage staat; “Dit doet u door een nieuwe JW315 bericht te sturen”. Deze zin moet aangevuld worden met: “U vult in het nieuwe JW 315 bericht de oorspronkelijke verwijzer in.”


Voorstel 15: Minimale inzet aanbieders

25-09-2018 01:23

Reeds gecontracteerde aanbieders
We juichen toe dat de gemeenten willen onderzoeken waarom aanbieders weinig of geen diensten leveren. Dit kan belangrijke inzichten opleveren in het verwijsgedrag van gemeenten en andere verwijzers, de verdeling ZIN-PGB bij aanbieders, de kwaliteit van aanbieders enzovoort. De stap om op grond van dit onderzoek overeenkomsten te ontbinden, wordt echter wat (te) snel gezet:
• Ontbinding is niet zomaar in alle gevallen mogelijk. Er moet sprake zijn van niet-nakoming van de overeenkomsten. De juridische haalbaarheid van het voorstel is nog onvoldoende onderzocht/uitgewerkt om er een besluit over te kunnen nemen.
• De gemeenten en de MGR staan aan de vooravond van een evaluatie/heroverweging van hun inkoopmethodieken. De verwachting is dat dit op onderdelen gaat leiden tot andere inkoopkeuzes. De resultaten van het onderzoek moeten een integrale plek krijgen in dit proces, we moeten niet vooruitlopend daarop separaat al (mogelijk strijdige) acties ondernemen.

Nieuwe aanbieders
Ook dit onderdeel van het voorstel is nog niet rijp voor besluitvorming:
• De juridische haalbaarheid van het voorstel is nog onvoldoende onderzocht om er een besluit over te kunnen nemen (wel of geen strijdigheid met de regels van open house inkoop);
• Het voorstel betekent een afwijking van het door de regio uitgedragen beleidsuitgangspunt dat iedereen die aan de toetredingseisen voldoet, wordt toegelaten tot de markt. Deze toelating wordt nu voorwaardelijk gemaakt. Het staat de aanbieder formeel vrij om een andere afweging te maken als het advies negatief is, maar de vraag is natuurlijk hoeveel zin dat heeft.

Voor het voeren van de beoogde gesprekken is (financiële/personele) capaciteit nodig. Deze is nog niet belegd. Er vinden per jaar plusminus 80 toetredingen/perceeluitbreidingen plaats. Met al deze aanbieders zou een gesprek moeten plaatsvinden. Daarbovenop komen de gesprekken met de gecontracteerde aanbieders die weinig of geen diensten leveren.

Overigens kan een ‘algemeen introgesprek’ met nieuwe aanbieders - zonder advies om wel of niet toe te treden - zeker zinvol zijn. Aanbieders stellen ons regelmatig vragen over de plek van hun aanbod binnen de door de gemeenten af te nemen producten en over de aanmeldprocedure. In een algemeen introgesprek zouden de gemeenten en de MGR aanbieders hier meer informatie over kunnen geven en ook al een beter beeld kunnen vormen van de aanbieder.


Voorstel 9: Indeling licht-midden-zwaar jeugd

25-09-2018 01:20

Het voorstel houdt in dat wanneer bij een lichte doelgroep en hulpvraag toch zwaarder aanbod zinvol is, dit aanbod kan worden toegekend indien de hulp kortdurend en methodisch is. Ten behoeve van de uniformiteit in de toepassing van deze regel is het verstandig de begrippen ‘kortdurend’ en ‘methodisch’ nadere te definiëren.