Inloggen

Terug naar de discussie

Reacties van gertie mooren

Gertie Mooren, Praktijk voor rouw-, verlies- en traumatherapie


Voorstel 14: Intake

26-09-2018 06:41

Ik kan me niet vinden in het voorstel om het intakegesprek niet in rekening te brengen.
In de regel heeft een gezinscoach al een gesprek gehad met de cliënt (en/of ouder(s) en een inschatting kunnen maken of mijn behandeling passend zou kunnen zijn. Daarna vindt er een (kosteloos) telefonisch gesprek hierover plaats met mij en de gezinscoach en/of met ouder(s). Je zou kunnen zeggen dat dit voor mij het 'intake'-gesprek is, waar we de 'klik' zouden kunnen voelen.
Een eerste 'live' gesprek is m.i. niet alleen om te bekijken of er een klik is tussen aanbieder en jeugdige, het bespreken van doelen en mogelijke ondersteuning, maar in mijn geval veel meer dan dat. In dit gesprek wordt bij mij al een begin gemaakt met de werkwijze, om de cliënt te laten ervaren met welke behandelmethodes ik werk en of dit bij de persoon past. Ook bestaat dit eerste gesprek voor een groot gedeelte uit het bevragen van ouders/anamnese/ doorvragen op bepaalde verlieservaringen uit het verleden etc. Deze info heb ik nodig om tijdens de therapie met het kind een duidelijk beeld te krijgen waarop de behandeling gezet kan worden. Dit eerste gesprek is van essentieel belang voor het slagen van de behandeling. Na het gesprek volgt er voor mij nog de nodige tijd voor administratieve zaken en mogelijk ook een (wederom kosteloos) vervolgtelefoongesprek met de gezinscoach. Het zou te ver voeren om dit allemaal onder een 'kosteloos intakegesprek' te laten vallen.

In het voorstel wordt aangegeven dat een 'intakegesprek' nog niet behoort tot de daadwerkelijke hulpverlening. Ik noem dit (ook voor volwassenen die bij mij komen) geen intakegesprek, maar een eerste gesprek, omdat het geen intake is, maar een eerste aanzet voor behandeling. Mijn hulp is in veel gevallen kortdurend. Ik kan mijn behandeling niet uitvoeren wanneer dit 'eerste gesprek' niet heeft plaats gevonden. Mijn behandeling start dus bij het eerste gesprek (ná de broodnodige kosteloze eerdere telefoongesprekken met ouder(s)/ gezinscoach).

Overigens heb ik de vraag of dit alleen geldt voor zorgaanbieders die vallen over jeugdhulp overig of geldt dit ook voor zorgaanbieders die vallen onder jeugdhulp GGZ?


Reacties, vragen, en persoonlijke noot over voorstel VOT om kza's uit aanbesteding te halen

23-06-2017 07:58

Reactie op Notitie Ontwikkeltafel op verschillende punten:
1. Reactie op: ‘Na zorgvuldige afweging hebben we ervoor gekozen alle complementaire zorg buiten de aanbesteding te houden’.
: Wie zijn degenen die deze maatregelen voorstellen en hierover beslissen? M.a.w. zijn hierbij ook kza’s bij betrokken? Kza’s zijn niet in de gelegenheid om naast hun eenmanspraktijk tijd te steken in VOT’s. Nu het gaat over het besluit complementaire zorg (veelal kza’s) niet meer in te komen, was het op z’n minst eerlijk geweest dat kza’s hierover vooraf waren ingelicht zodat er mét kza’s werd beslist i.p.v. óver kza’s. Graag zou ik een argumentatie zien van de achterliggende gedachten om kza’s buiten de aanbesteding te houden?
Wanneer er op inhoud zou zijn gekeken dan zou je kunnen zien dat onze praktijken sinds de invoering van de jeugdhulp bij gemeenten alleen maar zijn gegroeid. En dat iedere cliënt tevreden is over onze kortdurende, efficiënte hulp.
Uit financiële overweging kan het ook niet, gezien het feit dat wij alleen daadwerkelijke hulp declareren, en geen groter organisaties hoeven te onderhouden. Administratie etc. wordt door onszelf na ons werk gedaan, en niet in rekening gebracht.
Tekort van 12 miljoen is ons ook niet aan te rekenen, gezien het feit dat andere gemeenten (waar wij ook voor werken) dit tekort niet hebben.
Dus kunnen we alleen maar concluderen dat er een andere reden is. Hiernaar kunnen we nu alleen maar gissen. Is dit het gemak voor administratieve handelingen?
Het mag toch niet zo zijn dat ‘administratief belang’ voor inhoudelijke kwaliteit staat, toch?
Of is er nog een andere reden en zijn ontwikkelaars bang voor de concurrentie van de kza’s, en moeten ze er daarom maar uit? Eigen gewin is niet in het belang van de cliënt.
Het voelt in ieder geval alsof wij als ‘kleine’ zorgaanbieders er door de ‘groten’ worden uitgeknikkerd. In het belang van de ‘groten’, en niet in het belang van de cliënt.
Of misschien een andere reden. Dan verneem ik deze graag.

Kijk naar hoe de kza’s de afgelopen jaren hard hebben gelopen om samenwerking te zoeken; om de jeugdhulp te verbeteren; om met elkaar casussen te bespreken; middels intervisie en supervisie zichzelf te verbeteren. Het is voor kza’s geen vanzelfsprekendheid dat zij werk hebben, maar moeten het hebben van het leveren van kwaliteit, van mond-op-mond-reclame, etc. En dat doen zij! Waarom moeten juist deze mensen dan buiten de aanbesteding worden gehouden?
2. Reactie op: ‘Vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan aanspraak worden gemaakt op deze zorg die wordt gedekt door een zorgverzekering met aanvullende dekking.’
Deze informatie is onjuist, en wel om de volgende redenen:

1. Zorg wordt nooit (geheel) gedekt, maar een max. per dag, variërend van € 25,- tot € 45,-.
2. Zorg heeft een max. per jaar, variërend van € 100,- tot € 500,-, afhankelijk van de polis.
3. Er zijn zorgverzekeraars die complementaire hulp niet in hun vergoedingenpakket hebben.
4. Mensen zonder aanvullend pakket komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Gezien de vergoedingen die ervoor staan, zullen cliënten nooit voor volledige vergoeding in aanmerking komen, wat in een aantal gevallen de reden is dat de cliënt niet voor de kza kan kiezen die bij hem/ haar past, en tegelijkertijd ook een oneerlijke verhouding teweegbrengt voor hulp die wél of niet binnen de aanbesteding mogen vallen.
Concreet betekent dit dat grote instellingen het volle tarief (directe en indirecte tijd, administratieve uren, gebouw etc.) kunnen declareren bij de gemeenten en kza’s dit bij de cliënt zelf moeten verhalen. Cliënten hebben op deze manier geen keuzevrijheid meer.
3. Persoonlijke reactie van mij als rouwtherapeut:
Gecompliceerde en gestolde rouw staat als specialisatie genoemd in de DSM-5.
Naar mijn weten ben ik één van de weinige therapeuten in onze regio die hierin is gespecialiseerd. Zeker gezien mijn landelijke inbreng binnen rouwproblematiek bij kinderen en jongeren, zowel op eigen initiatief als op aanvraag (als coördinator bij Stichting Achter de Regenboog; initiatiefneemster van jongerengroep Mijn masker af; geven van trainingen voor POH-GGZ, gezinscoaches, leerkrachten, hulpverleners; deelname aan symposia o.a. bij Scem; geven van presentaties voor allerlei instanties; etc.), mag ik gezien worden als één van de voorlopers in ontwikkelingen over omgaan met rouw/ verlies bij kinderen en jongeren (en ook volwassenen).

Hulp bij gecompliceerde, gestolde, verlate en diffuse rouw is een specialisatie, die een andere aanpak behoeft dan een psycholoog of psychater biedt. Dit blijkt ook uit het groot aantal mensen die eerder bij een psycholoog/ psychiater is geweest en uiteindelijk toch bij mij komen.
Ik heb het idee dat diegenen die besloten hebben dat mijn specialistische hulp niet meer aanbesteed kan worden, personen zijn die hierin niet (in gelijke mate als ik) gespecialiseerd zijn.
Wanneer mijn hulp niet meer ingekocht wordt, wie mag dan wel kinderen/ jongeren gaan behandelen met deze problematiek? Worden zij dadelijk verwezen naar de organisaties die besloten hebben om rouwtherapie niet meer in de aanbesteding toe te laten?

Verder heb ik op dit moment ook een aantal kinderen en jongeren die ‘organisatie-moe’ zijn, o.a. via Rubicon. Deze kinderen / jongeren hebben al verschillende trajecten doorlopen bij grote organisaties en willen daar niet meer terug. Zij vallen buiten de boot wanneer ze niet meer via de gemeente worden vergoed, omdat zij meer hulp nodig hebben dan waarin een mogelijk aanvullende verzekering in voorziet. Waar moeten deze kinderen/ jongeren dan naar toe?

In veel gevallen hebben mensen in rouw het niet breed. Er is namelijk al veel verloren en niet zelden moet een vader of moeder zijn/ haar werk aanpassen om voor de kinderen te kunnen zorgen. Met o.a. tot gevolg dat de dure aanvullende verzekering niet te betalen valt.

Daarnaast doe ik veel aan regionale en landelijke preventieve activiteiten, o.a. met jongerengroep Mijn masker af (i.s.m. 113online, theater Traxx en Tweestrijd), om te voorkomen dat kinderen/jongeren later grotere problemen krijgen, in depressie raken of in het ergste geval suïcidaal zijn. Ook hierin vervul ik een voortrekkersrol in onze regio. Met deze activiteiten zijn op dit moment veel jongeren uit onze regio geholpen.
Als je nu ziet hoe weinig dit gemeentes kost (het gaat over enkele individuele trajecten) en wat het oplevert (jongeren onder elkaar kost niks én zij zorgen er ook nog eens voor dat andere jongeren uit de hulpverlening kunnen blijven) dan zou het toch van de zotte zijn wanneer dit project in onze regio zal verwateren en verdwijnen doordat deze specialistische hulp niet meer in de aanbesteding zit.