Inloggen

Terug naar de discussie

Reacties van 'Stichting Gehandicaptenzorg'


Visie SGL m.b.t. logeren in Noord Limburg

02-10-2019 05:03

B. Janssen

SGL stelt hun logeer kamers open voor onze eigen doelgroep, mensen met hersenletsel en/of lichamelijke beperkingen. Onze potentiële cliënten hebben in de regel behoefte aan de volgende zorgaspecten of een combinatie hiervan:
• Verpleging en verzorging
• Begeleiding groep
• Begeleiding individueel
• 24 uurstoezicht
• Een wakende wacht.
Hier hoort een ander prijskaartje bij dan logeren via de WMO omdat het in deze niet gaat over lichte zorg maar over zware zorg en wel voor een specifiek doelgroep.
Hiernaast ligt onze deskundigheid niet op het gebied van potentiéle logees vanuit de VG sector, ouderensector en psychiatrie.
Overigens is het voor SGL nagenoeg onmogelijk om V&V taken te laten uitvoeren door de thuiszorgorganisaties. Voor deze organisaties gaat het in deze over kort durende periodes terwijl men dit vanuit personeelsperspectief moeilijk te plannen is, lees wachtlijst en personeelskrapte. Hiernaast is het inkopen van genoemde zorg een omslachtig en tijdrovende klus.
SGL kan en mag geen kosten declareren bij de Zorgverzekeringswet.


Vervoerstarieven gemeenten regio Noord Limburg, reactie namens SGL op de adviesmemo ‘standpunten van de gemeenten inzake vervoer WMO

25-09-2019 03:31

B. Janssen

De gemeenten in regio Noord Limburg hebben hun uitgangspunten en overwegingen aangaande de vervoerstarieven aangegeven.
SGL kan op de voorgestelde wijze niet instemmen met de gestelde tarieven, noch met de onderbouwingen die de gemeenten hierbij maken.
SGL kan instemmen met de tarieven, onder het voorbehoud dat rekening wordt gehouden met de hieronder benoemde overwegingen, voorzover hiermee wordt bereikt dat er sprake is van een reëel tarief.

SGL stelt, dat de tarieven die worden gehanteerd voor het vervoer, voor SGL geen reële tarieven zijn. De tarieven zijn dan wel transparant en in overleg met aanbieders (via de OT) tot stand gekomen, voor SGL zijn deze tarieven ontoereikend. Het aspect ‘dekkendheid’ bepaalt mede of een tarief reëel is, en is een cruciaal criterium om te kunnen spreken van een reëel tarief: Een tarief, of een combinatie van tarieven, is reëel als hiermee een dekkende exploitatie van het betreffende aanbod kan worden gerealiseerd. Het feit dat de meeste aanbieders wél uitkomen met de vervoerstarieven, is voor ons niet relevant. Waar het om gaat, is dat er specifieke omstandigheden zijn waardoor SGL niet uitkomt, deze omstandigheden bovendien objectiveerbaar zijn te duiden, én waarmee in de financiering daarom rekening moet worden gehouden. In de adviesstukken die er liggen, gebeurt dit helaas niet en is de oordeelsvorming gebaseerd op ‘het gemiddelde van de massa’, zonder oog te hebben voor feitelijke kostenstructuren en kostenniveau’s bij aanbieders die samenhangen met de (begeleidings)vraag en aard van de problematiek van de cliënt. Het onderzoek van HHM is in dat opzicht ‘te kort door de bocht’. Wij vinden dat er pas sprake is van reële tarieven, indien met onze argumenten, .i.c. met de kenmerken die samenhangen met het vervoer van onze cliëntendoelgroep én die een rechtvaardiging vormen voor het hebben van een hoger kostenniveau, rekening wordt gehouden, hiermee serieus en objectief wordt omgegaan en er dan een zodanige wijze van financieren kan worden afgesproken dat er ook voor onze doelgroep sprake is van (gemiddeld) reële tarieven.

Van reële tarieven is (voor ons) sprake, indien in de bekostiging en de beleidsskaders rekening wordt gehouden met de volgende – doelgroep-specifieke - elementen:
• SGL is een regionaal georganiseerde aanbieder. In tegenstelling tot andere aanbieders, die meer locaal zijn georganiseerd, hangt het nadrukkelijk samen met de kenmerken van onze doelgroep om regionaal te werken. Schaalgrootte is noodzakelijk om de relatief geringere aantallen cliënten de juiste zorg te kunnen bieden. De populatie zorgbehoevende ouderen (VVT) bijvoorbeeld, is beduidend groter dan onze cliëntenpopulatie hersenletsel/lichamelijke handicap (LG/NAH), waardoor het spreidingsgebied én hiermee de vervoersafstanden van onze cliënten groter zijn. Schaalverkleining zou echter voor gemeenten en aanbieder juist nog kostbaarder worden. De definitie die de gemeenten hanteren voor het vervoerskader ‘zorgen dat persoon van A naar B komt’, doet hiermee te kort aan de feitelijke situatie zoals die er (voor onze doelgroep) is.
• Hieraan toe te voegen is, dat gemeenten reeds op basis van uitgebreid onderzoek zelf hebben vastgesteld, dat het anders organiseren van het cliëntenvevoer (via bijv. Omnibuzz) volstrekt onbetaalbaar is. Tegelijkertijd wordt van een aanbieder als SGL gesteld en verwacht, dat tegen beduidend lagere kosten het vervoer wordt georganiseerd/geregeld dan partijen zoals Omnibuzz. Het huidige kostenniveau is reeds wezenlijk lager dan bij partijen zoals Omnibuzz, en sinds de stelselwijziging in 2015 heeft SGL diverse (vergaande) maatregelen genomen om de vervoerskosten te reduceren. Het is dan ook vreemd, dat door de aanwezigen bij de overlegtafel de suggestie wordt gewekt dat de aanbieder (i.c. SGL) meer inspanningen moet verrichten om het kostenniveau te verlagen. Dit is des te vreemder, wetende dat het merendeel van de andere belanghebbende partijen aan de overlegtafel ‘makkelijk uitkomen’ met de tarieven vanwege de doelgroepkenmerken die zij hebben: kortere afstanden, kleiner spreidingsgebied, andere opzet en beoogde doelstellingen van het aanbod (van dagbesteding) én ook vaak meer ‘lopers’ dan ‘rolstoelers’ hebben; het door deze partijen stellen dat SGL het financiele probleem van het vervoer daarom maar voor eigen rekening moet nemen, is oneerlijk en subjectief geredeneerd, en doet geen recht aan de vervoersituatie zoals geschetst en kenmerkend is voor ‘onze doelgroep’, i.c. onze sector. Zoals ook in onze eerdere reactie aangegeven, zijn in de WLZ voor de gehandicaptenzorg de tarieven afstandsgerelateerd én liggen bovendien gemiddeld beduidend hoger in vergelijking met andere sectoren VVT en GGZ. Hiermee wordt door HHM i.c. de gemeenten/OT geen rekening gehouden in de gemaakte afwegingen;
• Essentieel is, dat wij al eerder (al eind 2018, destijds n.a.v. het tarievenonderzoek door HHM van begeleiding groep en begeleiding individueel) hebben aangegeven dat we te maken hebben met cumulatieve problematieken, omdat zowel de zorgtarieven als de vervoerstarieven niet dekkend zijn. Het argument dat door de OT vervoer wordt aangehaald dat de vervoersverliezen dan maar uit het zorgdeel moeten worden gedekt, gaat dus niet op. Over de gehele linie lijden wij verlies op de dagbesteding incl. vervoer in regio Noord Limburg. Deze cumulatie van verliezen ‘an sich’ is al voldoende om te stellen dat er geen sprake kan zijn van reële tarieven.
• Op basis van deze overwegingen, vinden wij dat een maatwerkoplossing zoals SGL die voor heeft gesteld als oplossingsrichting, namelijk het (deels) compenseren van het exploitatieverlies op het vervoer, wel degelijk – gezien de substantieel afwijkende omstandigheden - een reëel scenario zou moeten c.q. kunnen zijn. Wij zijn hierbij zelfs bereid tot het afgeven van een accountantsverklaring over (de juistheid van) de exploitatieverantwoording vervoer voor de regio Noord Limburg én op gemeentelijk niveau indien dit hiervoor gewenst of noodzakelijk zou zijn.


reactie op voorstel productbeschrijving

13-09-2019 04:36

B. Janssen

Onze reactie is met name gericht op perceel 3, de tabel met de indeling naar licht - midden en zwaar. Onze opmerkingen zijn toegevoegd in het document.

Attachment: DOT I - VOT - voorstel productbeschrijving - concept omschrijving- met reactie SGL.pdf


reactie Aanscherping Begeleiding individueel gespecialiseerd

18-04-2019 10:28

B. Janssen

De complexiteit van de zorg maakt het verschil tussen de doelgroepen basis en gespecialiseerd bij Begeleiding Individueel. Niet of de zorg planbaar of onplanbaar is.
Het spreekt voor zich dat de (on)planbare zorg binnen de gestelde tijden wordt uitgevoerd.
Ondanks dat het in de praktijk niet vaak voorkomt, willen wij wel de mogelijkheid hebben, in geval van een crisissituatie, uren te kunnen verantwoorden in het weekend. In die gevallen is o.i. een specialistisch tarief aan de orde. Na de interventie zal direct contact worden gezocht met de desbetreffende gemeente.


Reactie op wijzigingsvoorstel WMO BGI per 16 juli

27-06-2018 03:47

B. Janssen

Geachte heer, mevrouw,

Wij hebben vernomen dat de gemeenten sociaal domein Limburg-Noord weer over willen gaan van arrangementenfinanciering naar ‘PxQ’-financiering.
Een overgang naar een andere wijze van bekostiging is altijd bespreekbaar. Echter wij kunnen niet akkoord gaan met het moment zoals de gemeente dat nu voorstelt en wel vanwege een tweetal redenen:
1). Het moment waarop de gemeente dit wil doorvoeren: ‘Midden in het lopende jaar’. Wij vinden het niet gepast, tussentijds ‘de spelregels’ te wijzigen’
2). Aanvullend vinden wij het dan nodig, te bespreken welke randvoorwaarden voor ons dan nodig zijn om ervoor te zorgen dat de overgang (lees: de ‘teruggang’ naar PxQ) op een deugdelijke wijze kan plaatsvinden en dat er rekening wordt gehouden met de knelpunten die wij reeds ervoeren als gevolg van de toepassing van de PxQ-systematiek zoals die gold tot en met 2016.
Wij lichten dit hierna toe.
3). Verder valt ons op in de samenstelling van de overlegtafel, dat de sector LG/Nah niet/onvoldoende vertegenwoordigd is. Graag zouden wij (SGL) derhalve hierbij worden betrokkenen als deelnemer van de overlegtafel(s).

Het moment van aanpassing
Wij hebben er begrip voor, dat een aanpassing in de systematiek van bekostiging – van pxq naar arrangementen - niet mag leiden tot onverklaarbare kostenstijgingen zonder dat de zorginzet verandert. Wij vinden echter ook, dat het niet gepast is midden in het jaar een bekostigingswijze aan te passen. Dit levert administratieve ongemakken op, die gaan zorgen voor extra werkzaamheden. Zoals:
• Het verwerken van de nieuwe toewijzingen.
• Het zelf weer moeten gaan verzorgen van de CAK-aanlevering.
• Het aanpassen van het registratie- en facturatiesysteem rekening houdend met een aanpassing van de bekostigingssystematiek.
En daarnaast, geeft het nieuwe onzekerheden:
• Binnen een termijn van 3 maanden ná 16-7 a.s. garandeert de gemeente de omzetting naar de nieuwe (pxq)indeling. Dit impliceert, dat er gedurende 3 maanden onduidelijkheid is over deze indeling en de financiële gevolgen;.
• De gemeente geeft aan, dat voor 2019 opnieuw wordt bekeken welke bekostigingsswijze wenselijk is. De kans bestaat aldus, dat alsnog een vorm wordt gekozen die we nu hebben (arrangementen), en er dus wederom sprake kan zijn van bedrijfsmatige aanpassingen. Dat is geen wenselijke situatie.

Randvoorwaarden aan de ‘teruggang’ van arrangementen naar ‘PxQ’
Meest wezenlijke argument, vinden wij echter de financiële impact, die naar onze verwachting buitenproportioneel zal gaan uitvallen.
Ten eerste gaat de aanpassing van de bekostigingswijze zoals de gemeenten voorstelt gepaard met een daling van de producttarieven basis en specialistisch tot onder het niveau van de tarieven 2016. Dit gaat (bij SGL) leiden tot een buitenproportionele omzetdaling. Dit vinden wij niet acceptabel. Dit tarievenprobleem hangt bovendien nauw samen met de problemen die in feite al aan de orde waren in 2016 in de ‘PxQ’-periode, en veroorzaakt werden door de – onterechte – verschuiving in de zorgzwaartmix als gevolg van het niet op waarde inschatten van de problematiek die samenhangt met hersenletsel.

Wij voorzien specifieke problemen op het moment dat ‘wordt teruggegaan’ naar PxQ zonder oog te hebben voor de zorgzwaarteproblematiek die SGL al ondervond bij de PxQ-systematiek zoals die werd toegepast t/m 2016. Het zonder meer overgaan c.q. ‘teruggaan’ naar een andere bekostigingssystematiek kan derhalve wat SGL betreft niet los worden gezien van het opnieuw herijken van de productdefinities basis en specialistisch, opdat de kenmerken van de doelgroep van mensen met (niet aangeboren) hersenletsel op een juiste wijze worden verankerd in de productbeschrijvingen/problematiekbeschrijving op productniveau.

Oplossingsvoorstel
SGL is bereid gezamenlijk met de gemeente en de andere aanbieders naar andere tariefstellingen en/of bekostigingsvorm te kijken, echter onder de volgende voorwaarden:
• 2018 blijft, vanwege de genoemde argumenten, op arrangementbasis gefinancierd; er wordt tussentijds niet overgegaan naar de PxQ-variant. Rekening houdend met het argument van de gemeente dat er een onverklaarbare kostenstijging aan de orde zou zijn, is het wat ons betreft wel een faire optie dat de gemeente in overleg met de aanbieders die het betreft komt tot een gezamenlijke en gedragen financiële analyse van de omzetontwikkeling 2015 t/m 2018, op basis waarvan wordt bekeken welke algemene of specifieke financiële maatregel (korting) dan wellicht reëel is.
• De productbeschrijvingen moeten corresponderen met de tarieven basis en specialistisch, en die op hun beurt moeten zijn afgestemd op de (vraag)problematiek die aan de hand is, waardoor recht wordt gedaan aan de systematiek om te komen tot een objectieve zorgzwaartebepaling en -mix. Deze relatie, is voor onze doelgroep in de actuele productdefinitie nog onvoldoende verankerd op dit moment om een dergelijke overgang naar pxq nu medio 2018 zonder meer te kunnen accepteren.
• Graag wil SGL deelnemen aan de overlegtafels/werkgroepen waarin de keuze voor een bepaalde bekostigingsvariant, wordt voorbereid en geadviseerd.


Uiteraard is SGL gaarne bereid de aangedragen argumenten en oplossingsvoorstellen aan u nader toe te lichten.


reactie verslag 25-05-2016, onderdeel 5.3 perceel Dagbesteding

14-06-2016 02:12

B. Janssen

In de bijlage een toelichting op de problematiek dagbesteding bij uurtarief, volgens SGL

Attachment: MEMO aan gemeenten Noord-Limburg - dagbesteding.pdf